De Brusselse minister van Leefmilieu, Celine Fremault herinnert, ter gelegenheid van de verlengde sluiting van het Ter Kamerenbos na het recente stormen, aan haar wens om de grote parken van gewestelijk belang enkel door het Brussels Gewest te laten beheren vanuit de bekommernis voor mobiliteit, optimaal onderhoud en beheer van de biodiversiteit.
Het Brussels Gewest beheert momenteel 2.210 ha groene ruimte waarvan 1.685 ha bos, 125 ha natuurreservaten en een honderdtal parken voor een oppervlakte van 400 ha. Niet minder dan 400 medewerkers van Leefmilieu Brussel zetten er zich dagelijks voor in.
De tendens die momenteel waargenomen wordt, is de toenemende vraag van de gemeenten (Molenbeek, Anderlecht, Sint-Agatha-Berchem, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, St. Lambrechts Woluwe, …) om het beheer van hun grote gemeentelijke parken naar het Gewest over te dragen. De redenen hiervoor zijn hoofdzakelijk van budgettaire en beheeraard.
Wat in het bijzonder het Ter Kamerenbos betreft dat, laten we dat niet vergeten, gewestelijke eigendom is, stelt Celine Fremault zich de vraag over het vermogen van de Stad Brussel om er het beheer van te verzorgen. Dit is duur en noodzaakt een groot aantal personeelsleden en deskundigen. Heeft de Stad Brussel vandaag de middelen om tot een preventieve analyse van de risico’s over te gaan? De verlengde sluiting van het Ter Kamerenbos tot 15 februari doet versteld staan wanneer we vaststellen dat alle andere parken en ook het Zoniënwoud sinds 10 februari terug open zijn. Bovendien zou een gewestelijk beheer een geïntegreerde en coherente benadering van de mobiliteit verbeteren. De Lorrainedreef is bijvoorbeeld opengesteld voor autobestuurders terwijl het Ter Kamerenbos nog dicht is.
Wat Minister Céline Fremault betreft: “De grote groene ruimten van gewestelijk belang regionaliseren levert heel wat voordelen op zoals de verbetering van het risicobeheer, de harmonisering van de openstellingen en sluitingen bij stormweer en een meer samenhangende mobiliteit. Deze regionalisering van het beheer zou de gemeenten verlichten en de opwaardering van een van de grootste rijkdommen van ons gewest verbeteren: haar groene ruimten ten gunste van de burgers, of ze nu Brusselaar zijn of niet. “

