Minister-President Rudi Vervoort en Minister van Huisvesting Céline Fremault hebben vandaag 14 juni een nieuw stelsel van huurwaarborg voorgesteld om zowel een minderbedeeld publiek te helpen en ook de OCMW’s te ontlasten voor wie deze opdracht een aanzienlijke kostprijs vormt. Vandaag moeten we vaststellen dat de samenstelling van een huurwaarborg een aanzienlijke hindernis voor de kandidaat-huurder met een laag inkomen bij zijn zoektocht naar een woning kan vormen. De Regering wou dan ook, in samenwerking met het Woningfonds en de OCMW’s een concrete, innovatieve en niet-stigmatiserende oplossing in antwoord op deze problematiek invoeren.
Brussel is een stad met een grote sociaaleconomische en culturele diversiteit met een jonge bevolking die zeer sterk aangroeit en waarvan een groot deel zware financiële moeilijkheden heeft. Het is van belang eraan te herinneren dat het Brussels Gewest vandaag nog steeds voor 60% een stad van huurders is. En de hindernissen waarmee de huurders geconfronteerd worden om zich waardig te huisvesten zijn talrijk.
Een hulpmechanisme bij de samenstelling van een huurwaarborg voor de armsten bestond al, namelijk die bepaalt door de wet van 25 april 2017 die maar een matig succes gekend heeft. En dit zowel van de kant van de financiële instellingen die zelden de “bancaire lening zonder rente” toekende, als van de kant van de OCMW-waarborg die gemakkelijk leidde tot de stigmatisering van de huurder in de ogen van de verhuurder. Rekening houdend met deze vaststelling vermeldde het Regeerakkoord duidelijk dat “de Regering zal, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, een gewestelijk huurwaarborgfonds oprichten. Dit fonds moet zorgen voor een verlichting van de lasten die de OCMW’s dragen met het oog op de financiering van de huurwaarborgen van de kansarme doelgroepen die bij hen terecht komen.”
Er werd dan een denkoefening samen met het Woningfonds en de Brusselse OCMW’s aangevat om een systeem voor te stellen dat het bestaande systeem aanvult. Het gaat immers om twee vooraanstaande spelers in het beheer van deze problematiek omdat beiden hulp bij het samenstellen van een huurwaarborg bieden.
Nieuw stelsel van huurwaarborg
Het nieuwe stelsel waarmee de Regering ingestemd heeft, beoogt tegelijkertijd een kansarm publiek te helpen en ook de OCMW’s voor wie deze opdracht een belangrijke kost vormt, te ontlasten. Dit stelsel moet het mogelijk maken om het verlies van verantwoordelijkheid bij de huurders te vermijden en tegelijkertijd ervoor te zorgen dat ze niet gestigmatiseerd worden. Het voorgestelde stelsel is een tweeledig systeem:
- Het eerste niveau is dat van de lening aan nultarief dat men verbeterd heeft. De voornaamste aanpassingen zijn de volgende:
- Openstelling aan meer begunstigden door met name de toegangsdrempel voor min 35-jarigen te verhogen (toegang voor inkomens tot 28.000 euro netto belastbaar per jaar voor een alleenstaande);
- Het in aanmerking nemen van de medehuur, een woonvorm die almaar meer verspreid is. De situatie van de aanvrager wordt “geïndividualiseerd” in het kader van de toegang en van de berekening van de hulp;
- De terugbetalingstermijn van de lening is op 24 maanden gebracht (in de plaats van de huidige 18 maanden) met de mogelijkheid om de terugbetaling aan te vatten een maand na de intrede in de nieuwe woning;
- De lening zal 100% van de som bedragen die voor de waarborg dient en niet langer 90% zoals dat momenteel het geval is.
- De mogelijkheid om de huidige inkomsten van het gezin in aanmerking te nemen wanneer ze sinds het jaar van het laatste aanslagbiljet gedaald zijn, om zo de gezinnen te helpen die door een levensgebeurtenis (scheiding, overlijden, verlies van werk, …) een plotse vermindering van inkomsten gehad hebben.
- Het tweede niveau is het meest innoverende, dat genaamd het “BRUHWA-fonds”. Dit fonds voor gewestelijke steun is bestemd om de samenstelling van een huurwaarborg mogelijk te maken ten behoeve van personen die, hoewel ze de toegangsvoorwaarden van de gewestelijke steun in de vorm van krediet vervullen, geen consumentenkrediet kunnen aangaan of niet de middelen hebben om zelfs maar een lening aan nultarief terug te betalen. Concreet zal het BRUHWA-fonds de huurwaarborg in de plaats van de huurder voorschieten. In ruil daarvoor zal de huurder zich ertoe dienen te verbinden om een maandelijkse bijdrage te betalen waarvan het bedrag in functie van de inkomsten zal vastgesteld worden (van 5 tot maximum 30 euro) of zonder bijdrage, maar met borgstelling van een OCMW. De gestorte bijdragen zullen vervolgens aan het einde van de huurovereenkomst volledig aan de begunstigde teruggestort worden, waarbij de eventueel aan het BRUHWA-fonds verschuldigde sommen in mindering gebracht worden. In geval van verhuizing biedt het BRUHWA-fonds een bijkomend voordeel aan de huurder die niet de “gevangene” van zijn woning is, namelijk het feit dat men een tweede huurwaarborg kan aanvragen alvorens zelfs maar de eerste huurwaarborg terugbetaald te hebben.
Concreet zal het Woningfonds, of het nu om de lening of het BRUHWA-fonds gaat, op anonieme wijze, de huurwaarborg op een geblokkeerde bankrekening op naam van de huurder storten zoals de wetgeving op de huurovereenkomst bepaalt. De eigenaar zal dan ook niet weten van waar het geld voor de huurwaarborg afkomstig is waardoor elk risico op stigmatisering van de huurder vermeden wordt. Dit nieuwe Win-Win-systeem biedt een echte oplossing voor de huurders zonder evenwel de aan de eigenaars geboden garanties te verminderen.
“Vanaf haar vorming heeft mijn Regering de ambitie tot uitdrukking gebracht om een systeem tot stand te brengen dat op de armste Brusselaars gericht is en dat ook de OCMW s zou ontlasten. Er volgde een denkoefening hieromtrent. Er diende een systeem op punt gesteld te worden dat aan de door de Regering vastgelegde voorschriften diende te beantwoorden en dat vooral, zowel vanuit het oogpunt van huurders en verhuurders als vanuit het oogpunt van openbare actoren, snel en praktisch diende te zijn. Dit in niet eenvoudig geweest, maar dankzij de samenwerking van het Woningfonds en van de OCMW’s, die ik wil bedanken, is het resultaat vandaag bereikt” besluit Minister-President Rudi Vervoort.
“Als minister van Huisvesting ben ik ervan overtuigd dat het recht op wonen een bouwsteen van een menswaardig leven is en dat de wetgever hieraan vorm dient te geven. Naast de publieke huisvesting moeten wij, overheden, ook handelen en werken aan het vermogen van de Brusselaars om zich op de private markt te huisvesten. De doelstelling dankzij deze nieuwe maatregel bestaat erin om ongeveer 2000 personen per jaar te helpen. Binnenkort zal er een informatiecampagne gelanceerd worden. ” licht de minister van Huisvesting, Céline Fremault, toe.
Volgens de woordvoerster van het Woningfonds, Dunia Oumazza: “Het Fonds is overtuigd door deze nieuwe formule die zal toelaten om het publiek zo goed als mogelijk te bereiken, en dan vooral de jongeren met moeilijkheden om de huurwaarborg bijeen te krijgen. Tegelijkertijd wordt een bescherming voor de eigenaars gegarandeerd”.


